Page content

Een Proeflapje Maken

Een Proeflapje Maken

Proeflapjes zijn het belangrijkste onderdeel van je breiwerk. Ik heb er een hekel aan, want het liefst wil ik meteen aan mijn trui (of ander werkstuk) beginnen en niet eerst een hoop lapjes breien. Ik bewaar ze trouwens wel, dan kan ik later nog eens zien wat er fout is gegaan of welke kleuren leuk bij elkaar stonden (of juist niet). Het is ook een geheugensteuntje: wat heb ik allemaal gemaakt, van vroeger tot nu?

Waarom zijn proeflapjes zo belangrijk?

Als je wol koopt, staat meestal op de wikkel welke naalddikte je nodig hebt. Dit is voor handbreien, niet voor de breimachine. De steekgrootte moet je zelf bepalen, zelfs als het symbooltje ‘breimachine’ op de wikkel staat, want niet iedere machine breit even strak.
Als je meteen een trui vanaf een patroon gaat breien zonder proeflapje, loop je de kans dat je trui te plankerig wordt, of juist te slap.
Als je zelf het patroon berekent naar een bestaande trui, werk je vanaf centimeters en heb je het proeflapje nodig voor de berekening van je patroon.
Soms weet je niet zeker welke steeksoort of kleurcombinatie leuk is, of welk motiefje je wilt inbreien. Dan kan je beter wat variaties op een klein lapje proberen, dan ontdekken dat je trui toch achteraf tegenvalt.

Een proeflapje moet je eerst wassen en laten drogen, voordat je het gebruikt voor een berekening. Dit is belangrijk, omdat garen weleens krimpt of juist iets uitzakt na de was. Zo weet je zeker dat je trui gaat passen, en niet na de was te klein is geworden.

Hoe maak je een proeflapje?

Je gaat eerst bedenken welk garen je gaat gebruiken, en welk motiefje je wil gaan inbreien of wat voor steeksoort. Schrijf op welke steek je gebruikt, met een draadje erbij en de wikkel, hier heb je later voordeel van. Het scheelt of je al vaker dit garen hebt gebruikt (dan heb je een idee van steekgrootte), of dat het nieuw garen is.
Als richtlijn begin je bij tweemaal naalddikte plus 1, en dan brei je een stukje groter en een stukje kleiner. Gebruik bij iedere verandering een markering (een draadje van een afstekende kleur bijvoorbeeld), noteer wel bij welke steekgrote je een markering hebt gezet.
Ik koop nog wel eens tweedehands garen, dit is het ergste omdat er geen wikkel meer om de bollen zit. Het valt me altijd op dat ik te klein begin, en na enkele toeren ontdek dat ik groter moet gaan instellen.

Het rekenwerk

Het proeflapje is naar je zin en het voelt na het wassen soepel aan. Hier wil je een trui van hebben! Dan komt het proeflapje erbij om te berekenen hoeveel steken je op moet zetten.

Bij sommige breimachines is een speciaal stekenlatje, waarbij je steken en toeren kan aflezen als je het op het lapje legt.
Een manier die voor iedereen bruikbaar is, is het tellen van steken. Bij grof garen: leg een meetlint op het lapje, en tel hoeveel steken er van links naar rechts op 10 cm zitten. Dit schrijf je op, naast de gekozen steekgrootte. Vervolgens tel je hoeveel steken er boven elkaar staan op 10 cm, dit zijn de toeren. Schrijf dit ook op, en je hebt alle gegevens. Bij dun garen: tel de steken en toeren over 5 cm en vermenigvuldig met 2 (anders moet je zo veel tellen).

Je hebt nu de gegevens, bijvoorbeeld 20st x 30tr = 10 cm. Ik heb natuurlijk een makkelijk voorbeeld gekozen, omdat je hier kan zien dat 2 steken 1 centimeter breed zijn, en 3 toeren 1 centimeter hoog. Je kan nu een bestaande trui nameten, en met je eigen patroon nabreien.
Je kan bijvoorbeeld ook 28st x 32tr = 10 cm hebben berekend, dan moet je een beetje smokkelen met je berekening. Ga beginnen met 2,8st en 3,2tr in je berekening, maar als je eindresultaat ook cijfers achter de komma heeft moet je afronden naar boven. Het kan beter ietsje te ruim vallen dan ietsje te strak.

Let op! Beginnersfout van mij: verwissel niet de toeren en de steken, want dan komt er een heel vreemd model uit šŸ™‚

Comment Section

0 reacties op “Een Proeflapje Maken

Plaats een reactie


*